Tessa
de Loo over 'De meisjes van de suikerwerkfabriek'
'Het is in deze tijd onontkoombaar
om mededogen met andere vrouwen te hebben. Je voelt je
vanzelfsprekend verwant. Er is een worsteling van vrouwen om zichzelf
te verwezenlijken in een maatschappij als die ons vrouwen aan alle kanten
aan banden legt. Veel vrouwen sneuvelen in die worsteling. Maar vrouwen
moeten uit eigen daden zelfvertrouwen krijgen en niet door een opgelegd
massaal gegil dat vrouwen "mieters" zijn. Ook al is dat een
begrijpelijk inhalen van de achterstand. De opzet van mijn werk is een
beeld te geven van de tijd waarin ik leef.'
Tessa de Loo in gesprek met Doris Grootenboer,
Algemeen Dagblad, 10 december 1983
'Ik geloof dat het [de ironie] er meestal ongemerkt insluipt. Als ik
bewust leuk wil zijn, wordt het heel flauw..., dat beheers ik niet.
Ik ben ook altijd verbaasd wanneer de mensen lachen als ik voorlees:
dat gebeurt meestal bij passages die ik heel serieus heb bedoeld.'
Tessa de Loo in gesprek met Frank van
Dijl, Het Vrije Volk, 24 maart 1984
'Toen ik ging schrijven, slopen er mensen in mijn werk die ik heb gekend,
en situaties die ik heb meegemaakt. Zo gaat het haast altijd, behalve
in "Rose, met bizarre stukjes geel ertussen" en "De Grote
Moeder": daar gebeurde juist het omgekeerde: daarin heb ik andere
dingen met elkaar in verband gebracht om de werkelijkheid te verhevigen.
In feite lieg je, en met elkaar werkt dat heel sterk..., en op een bepaalde
manier is het ook waar. Zoals wel eens wordt gezegd: je liegt de werkelijkheid.
Verder is het zo dat de fantasie soms volstrekt op hol slaat. Dingen
die niet gebeurd zijn, sluipen erin. Het is dus moeilijk om te zeggen
wat autobiografisch is en wat niet.
Als je iets heel nauwkeurig zou willen vastleggen, wordt het nog vertekend.'
Tessa de Loo in gesprek met Frank van
Dijl, Het Vrije Volk, 24 maart 1984
terug
naar Tessa de Loo over 'De meisjes van de suikerwerkfabriek'