Wanneer Harlekino
zich voor het eerst aandiende? Ik herinner het me niet. Misschien lag
hij al jaren op de loer. Ergens moet hij, in amorfe vorm, zijn opwachting
hebben gemaakt en moet ik begrepen hebben dat hij en ik op een dag niet
meer om elkaar heen zouden kunnen. Achteraf gezien moet het iets te
maken gehad hebben met de plek waar ik woon: in het zuiden van Portugal,
aan de rand van Europa.
Als ik uit het raam kijk zie ik in de verte de zee. Al jaren was ik
nieuwsgierig naar het land dat daar aan de overkant ligt: Marokko. Keek
Harlekino mee uit het raam? Werd hij zich er ook van bewust dat we als
het ware tussen Marokko en Nederland in woonden en dat alleen een zeestraat
ons scheidde van een onbekend, Noord-Afrikaans land, waarmee we misschien
wel op een bijzondere manier verbonden waren omdat er zoveel Marokkanen
in Nederland wonen?
In die tijd werd er in Nederland almaar gehamerd op de noodzaak van
integratie van allochtonen, waardoor ik me begon af te vragen tot in
hoeverre ik zelf eigenlijk geïntegreerd was in Portugal. Want dat
was een moeizaam proces: het leren van een lastige taal en de aanpassing
aan een andere cultuur. Soms leek het meer op een worsteling dan op
een geleidelijke aanpassing en ik moet eerlijk bekennen dat ik ook nu,
na vijftien jaar, nog steeds niet ben uitgeworsteld. Dus wanneer Harlekino
en ik naar de zee keken vroegen we ons af of de Marokkanen in Nederland
dat ook hadden en of ze er geleidelijk anders door werden dan die in
Marokko - of ze na tien, twintig, dertig jaar vervreemd waren van hun
vaderland en hoe Marokkaans hun kinderen nog waren.
'Wie is je vader, wie is je moeder?' wordt er altijd gevraagd in 'Raymond
is laat'. Het is een vraag naar iemands identiteit en om die vraag draait
het ook in 'Harlekino, waarvan de ondertitel niet voor niets 'Het boek
van de twijfel' luidt. Want je kunt je vader en je moeder niet overál
de schuld van geven!
Was het Harlekino die uiteindelijk een oude Landrover kocht en met een
mand vol proviand in de kofferbak naar Marokko vertrok of was ik het
zelf? Eén ding is zeker: onze reis tot diep in het binnenland
leverde zoveel onvergetelijke indrukken van landschappen, architectuur
en mensen op, dat bij thuiskomst één ding duidelijk was:
er was een basis voor een roman, aards genoeg voor een verhaal dat zich
verder voor een groot deel in de verbeelding zou ontspinnen.
Toen ik nog op
Texel woonde ben ik eens met een garnalenvisser meegevaren, in een boot
met twee armen aan weerszijden waaraan sleepnetten hingen. Wanneer de
netten werden binnengehaald gleden de garnalen door de fijnste mazen
regelrecht in reusachtige pannen met kokend water. Daarna werden de
netten leeggeschud op het dek. Ik deinsde geschrokken terug toen ik
zag wat daar lag te spartelen en naar lucht te happen: krabben en kwallen,
sidderalen en zeepaling, schelpdieren, allerlei vissen en onbekende
monsters waarvan je de naam niet eens zou willen weten. Het waren de
bewoners van onze zee en ze hadden met zijn allen meer geluk dan de
garnalen: ze werden met een elegante boog teruggegooid in het water.
Terwijl ik aan Harlekino werkte was ik minder grootmoedig dan die visser
van toen. Van de invallen die ik kreeg zette ik er haast nooit een meteen
overboord, want temidden van die kronkelende massa deed ik heel wat
vondsten, die een plek vonden in het verhaal. Zo slopen er allerlei
ogenschijnlijke toevalligheden in. Sommige waren afkomstig uit de actualiteit,
andere uit waarnemingen of gebeurtenissen in mijn directe omgeving,
een enkele zelfs van chat-pagina's op internet. Al die elementen zijn
een tragikomische alchemie met elkaar aangegaan. De lezer zal zo nu
en dan een speelse verwijzing ontdekken naar enkele gebeurtenissen die
Nederland hebben opgeschrikt uit een behaaglijke sluimer, waarin de
moord op een Hells Angel zo'n beetje het schokkendste leek wat er kon
gebeuren.
Een béétje straatrumoer zit er dus wel in, zelfs een zwakke
nagalm van de inmiddels legendarische elfde september toen plotseling
de middeleeuwen terugkeerden in de vorm van een 'high-tech' auto-da-fé
van het ketterse westen. Je hoeft je ogen niet eens te sluiten om de
gruwelijke esthetiek van dat beeld weer te zien: een Boeing, zilverig
glanzend in de lucht, die zich binnen enkele seconden tot ieders verbijstering
transformeerde tot massamoordwapen. Wanneer een schrijver het enkele
jaren daarvoor in een roman had laten gebeuren, zou men er meesmuilend
het etiket 'science-fiction' op hebben geplakt, vanwege het absurdistische
karakter van de aanslag. Dat komt niet alleen door de macabere fantasie
van het brein erachter, die meer doet denken aan de virtuele wereld
van computerspelletjes dan aan iets wat je in de werkelijkheid ten uitvoer
zou kunnen brengen. Het komt ook door de angstaanjagende zuiveringsgedachte
die erachter schuil bleek te gaan: de materialistische, moreel verloederde
westelijke wereld in het hart te treffen. Zo'n zuiveringsgedachte is
niet nieuw, we hebben er in de loop der eeuwen heel wat de revue zien
passeren en telkens weer scheen de wereld ergens van verlost te moeten
worden. Het was deze absurditeit, die mijn verbeelding prikkelde, zodat
'Harlekino' langzaam gestalte aannam en de roman, zoals die nu voor
me ligt, vooral een spel van de verbeelding is geworden.
U merkt wel: eigenlijk weet ik niet wat ik moet zeggen. Ik draai er
maar een beetje omheen met geklets over zeemonsters en zuiveringsgedachtes.
Eigenlijk heb je als schrijver niets zinnigs te melden over een roman
waarvan de inkt nog nat is. Je bent als het ware nog bezig je los te
maken uit een dodelijke omhelzing. Daarom lijkt het me beter een klein
fragment voor te lezen, zodat het boek voor zichzelf kan spreken.