Werk                         Vertalingen                         Leven                         Film en toneel                        Reizen                        Agenda                        Home                  
 

BOEKENWEEK

Toespraak presentatie boekenweekgeschenk
Signeren in Leiden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 




 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Twee onderontwikkelde hoektanden

Geachte aanwezigen,

Toen mijn uitgever me de tijding kwam brengen dat ik was uitverkoren om het boekenweekgeschenk van 1987 te schrijven werd ik door paniek bevangen.
'Vorig jaar zijn er zo'n vierhonderdzestigduizend exemplaren gedrukt!' riep hij geestdriftig.
Het zweet brak me uit. Vierhonderdzestigduizend, ruim de helft van het aantal inwoners van de stad Amsterdam! Ik ben echt niet voor een kleintje vervaard: ik neig naar het avontuurlijke en ga geen enkel gevaar uit de weg ... wanneer ik achter mijn werktafel zit met een pen in mijn hand.
Maar dit ging wel ver. Het boekje zou onder een half miljoen paar ogen komen. Dat deed me denken aan een boze droom waaruit ik, niet lang daarvoor, op een nacht koortsig wakker schrok. Geheel onvoorbereid moest ik een lezing houden voor een zaal met duizenden toehoorders, die me doodstil en met wijd opengesperde ogen aanstaarden. Mijn tong, zwaar en gezwollen, vulde mijn mond. Wat deed ik daar? Wat waren er voor afspraken gemaakt? Wat was het thema van de avond, dat al die mensen bereid waren geweest huis en haard in de steek te laten om, de koude trotserend, mij te horen spreken? En, o gruwel, waarom had men het nodig gevonden mij van mijn met zorg uitgezochte, peperdure feestkleding te ontdoen? Door welk misverstand stond ik naakt op het podium?

Zo'n droom.

'Ben je niet blij? vroeg de uitgever. 'Maarten 't Hart sprong een gat in de lucht, drie jaar geleden.'
'Jawel, jawel', stotterde ik, 'het is geweldig... geweldig.'

Een klein jaar later, de tijd drong, had mijn angst nog niets aan hevigheid ingeboet. Hij zou me hebben belet op een idee te komen als ik niet op een avond een Duits Melisseoliebad had genomen, zur Entspannung und Beruhigung. het zal wel altijd een geheim blijven uit welk samenspel van fysieke factoren de ideeën geboren worden. Terwijl ik met een ruwe spons mij huid masseerde, waardoor het bloed sneller moet zijn gaan stromen, rees er vlak voor mij uit de melissedamplen een beeldschone jongen op. Om het vertederende dons op zijn bovenlip schatte ik hem niet ouder dan achttien. Ik slikte. Hij was werkelijk van onaardse schoonheid, heel anders, zal ik maar zeggen, dan wat je gewoonlijk op straat ziet lopen. Hij ging op de rand van het bad zitten. 'Geneer je niet', zei hij met een aangename, diepe stem, 'ga rustig door met je massage. Ik ben je hoofdpersoon.'
Toen hij zaag dat ik haastig het schuim over de oppervlakte van het badwater verspreidde begon hij te lachen. Daarbij ontblootte hij twee onderontwikkelde hoektanden, een schoonheidsfoutje dat hem zo verleidelijk maakte dat ik, ondanks mezelf, verliefd op hem werd.
Ik stelde me voor wat er zou gebeuren als hij een jongen van vlees en bloed was geweest. Zo begon de geschiedenis, die ik later 'Het rookoffer' noemde, zichzelf te schrijven. En omdat ik me vooral verplaatste in de vrouw, die onverbiddelijk in de ban van deze jongen wiens moeder ze had kunnen zijn, werd zij als vanzelf de hoofdpersoon.
Natuurlijk loopt het slecht met haar af. Men vergrijpt zich niet straffeloos aan de jeugd, aan de schoonheid. Barbara Rozemeyer moet dan ook boeten. Dat wordt al voorspeld in de aanhef van 'Het rookoffer':

"En wat doen we met haar?" vroeg de beul.
Hij wees op de prinses die handenwringend naar
het zacht heen en weer bungelende lichaam van haar
minnaar keek. Samen met de galg tekende het zich
zwart af tegen de hemel.
"Haar straf", sprak de koning, "zal zwaarder zijn:
wij laten haar in leven."

Ook Barbara blijft in leven maar, omdat ze drievoudig geofferd wordt, moet ze in overdrachtelijke zin toch hangen. Jawel, u hoort het goed, Barbertje moet hangen. Al was het alleen maar ter ere van Multatuli, die honderd jaar geleden stierf. Moge deze novelle daarom, hoezeer de meningen ook verschillen over de appreciatie van de mens Douwes Dekker, een bescheiden eerbetoon zijn aan de schrijver Multatuli, de grootmeester.

terug naar Boekenweek


Signeren in Leiden



Woensdag 18 maart 19
87

De ochtend na het boekenbal. Ik lag om half vijf in bed en word drie uur later speedy wakker: vandaag begint mijn tiendaagse veldtocht. Koud water noch sterke koffie verdrijven het lichte gevoel in mijn hoofd. Veel te laat bel ik een taxi, die me naar het station moet brengen. Er rijdt een groezelige, in geen jaren gepoetste auto voor. Dit had een waarschuwing moeten zijn. Halverwege de rit naar het station stelt de chauffeur voor: 'Waarom rijden we niet door naar Leiden? Voor honderd gulden breng ik je.' Ik zwicht voor de verleiding: de tijd dringt en ik moet zuinig omspringen met het beetje energie dat ik over heb. Even buiten Amsterdam vertrouwt hij me toe, dat hij die nacht niet naar bed is geweest: 'Ik heb tot zeven uur in de ochtend zitten zuipen, met een vriend.' Nu begrijp ik waarom hij er bleek en versuft uit ziet. Het waait hard. Bij iedere vrachtauto die we passeren stuurt hij met de doodsverachting van iemand die oververmoeid is de auto die door een windstoot richting vangrail geduwd wordt bij met een pink. Rambo en Rocky, dat zijn nog eens films, vindt hij. Ik zit met kromme tenen naast hem. Halverwege stopt hij om zijn banden bij een pompstation van lucht te voorzien. Ik kijk op mijn klokje. De eerste lezers druppelen nu de boekhandel binnen. We passeren Leiden-West, Roelofarendsveen, Leidschendam. 'Ik geloof', zegt mijn chauffeur, 'dat we Leiden al voorbij zijn. Binnendoor rijden we terug. Eindelijk komt Leiden in zicht. De goden dankend dat ik deze tocht heb overleefd reken ik af. In boekhandel Kooyker wacht een lange stoet. Een minuut nadat ik uit de taxi stapte heb ik mijn eerste handtekening gezet.

Uit: Hollands Dagboek, NRC 28 maart 1987

terug naar Boekenweek